Essie's Sprookjes

border


De Prinses en de Draak

Heel lang geleden, toen de Prinses nog dacht dat ze een gewoon meisje was,
kwam ze aan bij een grot. Daar ontmoette ze voor het eerst de Draak.
Hij was groot, sterk en zeer vriendelijk, en de Draak en het meisje werden
al snel elkaars beste maatjes. Ondanks dat de Draak heel gelukkig was en
altijd vrienden om zich heen had, zat hij vast aan een grote zware ketting.
Zijn vleugels waren zwak, omdat hij nooit had leren vliegen.
Het meisje maakte zijn ketting los en verzorgde zorgvuldig zijn vleugels.
Samen leerde ze hoe zij konden vliegen. Hij door zijn vleugels uit te slaan,
en zij door op zijn rug te zitten en hem stevig vast te houden.
Ze hadden de mooiste tijd van hun leven.

Het meisje werd steeds gelukkiger en gelukkiger, en begon te stralen.
Ze begon zo te stralen, dat ze in de spiegel keek en steeds meer ging
beseffen dat ze eigenlijk een Prinses was.
Samen met de Draak wilde ze een Paleisje bouwen.
Daar konden ze voor altijd samen wonen en gelukkig zijn.

Maar ondanks dat de Draak ook heel veel van het meisje hield en heel erg
gelukkig was met haar, werd hij heel erg bang van het Paleisje wat zij wilde
bouwen. Het deed hem denken aan de tijd dat hij nog vast zat aan een ketting,
en zijn vleugels nog pijnlijk en zwak waren.
Hij zou zich daar opgesloten voelen, en vroeg de Prinses voor altijd samen
met hem te vliegen.

De Prinses sprong op zijn rug, en samen vlogen ze naar de mooiste plekjes en
beleefden ze de mooiste avonturen. Maar het meisje voelde zich nergens thuis.
Elke keer als zij ergens een Paleisje wilde bouwen, wilde hij weer verder
vliegen naar het volgende mooie plekje. De Prinses voelde zich steeds
onrustiger en opgejaagd. Soms werd ze heel erg boos en wenste ze dat ze de
Draak nooit had losgemaakt. En dat ze zijn vleugels nooit zo goed had verzorgd.

Maar het meisje wist nu dat ze moest beginnen met het bouwen van haar Paleisje.
Daar zou ze zich eindelijk thuis kunnen voelen, en de rust en veiligheid
kunnen vinden die ze zo hard nodig had. En ze wist ook dat ze de Draak moest
loslaten, en dat ze hem moest laten vliegen naar zijn eigen vrijheid en geluk.
Maar dat loslaten deed wel heel erg veel pijn.

Maar ondanks die pijn en het besef dat de Draak en de Prinses niet zo goed
samen konden leven, was de Prinses ook wel een beetje trots.
Ze zag hoe hij zijn vleugels uitsloeg, de vleugels die zij ooit verzorgd had.
Op weg naar de vrijheid, die zij hem ooit heeft laten zien.

En ook dankbaar, omdat hij haar zoveel heeft laten stralen,
waardoor ze nu eindelijk wist dat ze een Prinses was.

© Esther Frenay

border


Waarom huil je?

(Het eenzame konijntje - Deel 1)

Er was eens een konijntje, dat diep onder de grond woonde. Het was een jong
konijntje, en woonde daar helemaal alleen. Hij had genoeg te eten en was niet
ongelukkig. Dit was het leven dat hij kende. Hij voelde zich ook niet eenzaam
of alleen; hij wist immers niet eens wat vriendjes waren.

De winter ging voorbij, maar het konijntje bleef beneden wonen. Pas maanden
later, toen al het eten opraakte, besefte het konijntje dat hij op zoek moest
gaan naar nieuw eten. Hij ging graven, en graven, en graven...
en langzaam ontdekte hij een nieuwe wereld.

Het konijntje voelde voor het eerst van zijn leven de zon op zijn vacht
schijnen. Hij vond het zo fijn, maar toch begon hij te huilen.

"Waarom huil je?" vroeg een musje verbaast.
"Ik weet het niet", zei het konijntje.

Op zoek naar eten kwam hij een ander konijntje tegen. Hij was vriendelijk
en wilde met hem spelen. Ze hadden het zo fijn en gezellig samen,
maar toch begon hij weer te huilen.

"Waarom huil je?" vroeg het andere konijntje verbaast.
"Ik weet het niet", zei het konijntje.

Het andere konijntje nodigde hem uit om bij hem thuis te komen eten.
Daar was het heel gezellig en warm. Daar waren broertjes en zusjes om mee
te spelen. En een vader en moeder die voor zijn vriendje zorgde. Hij wilde
hier nooit meer weg, maar toch begon hij opnieuw te huilen.

"Waarom huil je? vroeg moeder konijn verbaast.
"Ik weet het niet", zei het konijntje.

Misschien had hij heimwee naar zijn eigen plekje, dacht hij. Dus hij besloot
dezelfde avond weer terug te gaan naar zijn holletje. Hij nam genoeg te eten
mee, en beloofde vriendje konijn dat hij morgen weer kwam spelen. Hij
nestelde zich in zijn warme nestje, en voelde zich opeens intens verdrietig
en eenzaam. Hij was nu thuis, maar hij voelde zich verdrietiger dan ooit.
Hij snapte er niets van, en besloot naar de Wijze Uil te gaan.

"Lief konijntje", zei de wijze uil "het is goed dat je huilt".
"Nooit heb je de zon gevoeld. Nooit heb je kunnen genieten van de mooie
wereld om je heen. Je had geen vader of moeder om je heen, en geen broertjes
of zusjes om mee te spelen. Je had geen vriendjes.
Je moet heel ongelukkig en eenzaam zijn geweest", zei de Uil.

"Maar ik was nooit ongelukkig. Ik was niet eenzaam", zei het konijntje verward.

"Nee, dat klopt", zei de Uil "omdat je nooit hebt geweten wat je miste".
"Nu weet je wat je al die maanden hebt moeten missen, en dat doet je pijn.
En daarom huil je nu zo veel. Maar die pijn gaat over. En je zal je steeds
gelukkiger gaan voelen. En op een dag is al je verdriet voorbij, en kun je
intens genieten van de wereld om je heen".

Met die wijze woorden besloot het konijntje nooit meer in het donker te
willen leven. Hij ging naar het huis van zijn vriendje, waar iedereen nog
lag te slapen. Zachtjes kroop hij tegen zijn vriendje aan, terwijl hij
zachtjes begon te huilen. "Stil maar", zei zijn vriendje "ik weet niet waarom
je huilt, maar ik zal er voor je zijn".

De twee konijntjes vielen samen in slaap.

© Esther Frenay

border


Ik ben geen konijntje

(Het eenzame konijntje - Deel 2)

Het konijntje en zijn nieuwe vriendje, speelden al een paar maanden samen.
Ze hadden het vaak erg leuk. Ook de broertjes en zusjes van zijn vriendje
speelden vaak mee.Toch voelde het konijntje zich niet altijd echt begrepen.
Hij had geen vader, moeder, broertjes of zusjes.
Hij was opgegroeid in het duister, en dacht vaak na over het leven.
Hij hupte nooit hoog over de heuvels zoals zijn vriendje dat deed, maar
liep langzaam en verbaasde zich over de mooie wereld om hem heen.
Hij at geen vers gras zoals zijn vriendje. Hij at zaden en gedroogde mais,
net zoals vroeger in zijn holletje.
Hij wist het wel, hij was anders...

Het konijntje was volledig geaccepteerd door vader en moeder konijn, en ze
zagen hem inmiddels een beetje al hun eigen kind. Hij lag daar lekker warm
in het holletje, samen met zijn vriendje, en hij wist dat het nu tijd was
voor het gesprek, die hij al zo lang had uitgesteld.

"Ik ben heel blij dat ik je heb leren kennen.", zei het konijntje "Ik zou
niet weten wat ik zonder jou had moeten doen. Ik ben heel erg blij met onze
vriendschap, dat moet je goed onthouden. En je blijft altijd in mijn hart.
Maar ik moet nu gaan. Ik ben al bijna volwassen, en ik moet op zoek naar mijn
eigen soort. Uitzoeken wie ik ben en waar ik vandaan kom."
Verward zei zijn vriendje "Maar je bent ook net zoals ik, je bent net zoals
mijn familie. Je bent een konijntje, weet je dat dan niet?"

"Nee, ik ben geen konijntje", zei het konijntje verontwaardigd.

Zijn vriendje was erg boos, verdrietig en in de war. Hij wilde huilen,
schreeuwen en schelden. Zijn moeder kwam naar hem toe, en hield haar zoon
stevig vast. "Ik weet dat je verdrietig bent" zei ze, "maar liefde is ook
loslaten. Je zult hem nu moeten laten gaan, dat heeft hij nu nodig".

Het konijntje gaf zijn vriendje een dikke knuffel, en bedankte de vader en
moeder voor al hun goede zorgen en gastvrijheid. Hij ging de wijde wereld in...

De zoektocht leidde hem naar allerlei dieren. Hij leerde heel veel en maakte
nieuwe vrienden. Hij leerde nieuwe dingen te eten, op andere plaatsen te
slapen en allerlei verschillende gewoonten van andere diersoorten. Maanden
en maanden gingen voorbij, en het kleine konijntje veranderde langzaam in
een volwassen diertje. De zonnestralen gaven hem de kracht om de duisternis
steeds meer achter zich te laten. De vriendschap van de dieren om hem heen
gaven hem de kracht om weer vrolijk te kunnen zijn.
Toch kwam hij nergens zijn eigen soort tegen...

Er was ruim een jaar voorbij, en na zijn winterslaap besloot hij weer terug
te gaan naar zijn beste vriendje. Hij voelde zich eindelijk compleet, en
accepteerde dat hij zijn eigen soort nooit meer zou ontmoetten.
Het geeft niet, hij had het niet meer nodig.
Hij wist nu wie hij was, en was trots op al zijn ontdekkingen.

Vrolijk hupte hij de heuvel af, langs de rivier, op weg naar zijn maatje.
Terwijl de zon in het water scheen, zag hij opeens de vader.
Nee, het was de vader niet, het was de weerspiegeling in het water!
Uren keek hij naar zijn eigen spiegelbeeld.
Een volwassen konijn, vol trots en vrolijkheid.
Voor hij weer verder ging, smulde hij van het heerlijk verse gras langs
de rivier. Daarna ging hij snel terug naar het gezin die hem zo goed had
opgevangen.

Wat heerlijk, hij was weer bij zijn beste vriend! Het konijn vertelde trots
wat hij allemaal had geleerd, gezien en gedaan. Tot diep in de nacht vierde
het gezin feest, want het konijn was terug.
Het konijn, die nu wist wie hij was.
Een sterk konijn, die zichzelf had overwonnen.

© Esther Frenay

border


Het meisje met de Zwavelstokjes

(Vrije vertaling naar de moderne tijd)

Terwijl het meisje door de koude sneeuw liep
En haar laatste joint op stak
Voelde ze nog even de warmte
Die haar de eenzaamheid deed vergeten

Stil kroop ze onder een afdakje
Van een gesloten oliebollenkraam
Gevlucht voor haar loverboy
En de pijn van thuis

Ze had nog vijfendertig cent
Niet genoeg om te chinezen
Of te eten
Of ergens te kunnen overnachten

Koud en moe
Nam ze nog een laatste trekje
En de warmte vervulde haar hele lichaam
Terwijl ze haar laatste rook uitblies

En terwijl ze opging in de wereld
Voelde zij zich eindelijk veilig
Vrij om te voelen en te zijn
En nooit meer te hoeven vluchten

© Esther Frenay

border

<< Back to Essie's World